Zeven kansen voor de fysieke bibliotheek – Aat Vos

Dit essay is gepubliceerd in de ‘Essaybundel Bibliotheek 7.7′

Een gemiste kans. Dat tekende De Volkskrant uit mijn mond op ter gelegenheid van de opening van de OBA op 7 juli 2007, toen de nieuwe parel op de kroon van het Nederlands Bibliotheekwerk werd geopend. Ik heb het er nooit persoonlijk met Hans van Velzen over gehad, dus ik heb geen idee of hij het met mij eens was. Ik heb zo mijn vermoedens. Misschien had ik eens moeten bellen, want het is natuurlijk niet zo aardig van mij om een negatieve opmerking te maken tijdens een feestje. Dan had ik Hans kunnen vertellen dat ik getroffen werd door de ruimtelijkheid, verrast was door de veelheid aan functies en respect had voor het enorme doorzettingsvermogen dat nodig moet zijn geweest om tot dit resultaat te komen. En en passant had ik ook kunnen vertellen welke kansen werden gemist. In mijn ogen althans. Laten we eens kijken welke kansen er liggen voor de de fysieke bibliotheek in de komende jaren. Ik zie er zeven.

1 Verbind de drie bibliotheken

Laten we bij het begin beginnen. De Griekse definitie van het woord bibliotheek kent drie verschillende betekenissen. Je kunt een bibliotheek zien als een gebouw, een verzameling boeken of een organisatie. Die organisatie bewaart natuurlijk een verzameling boeken binnen een gebouw. Deze op het eerste gezicht behoorlijk open deur is er mijns inziens de oorzaak van dat het soms met het ontwerpen van een bibliotheek behoorlijk scheef gaat: iedereen werkt met de beste bedoelingen vanuit zijn eigen perspectief. De architect is vooral bezig met het maken van een monumentaal gebouw – dat is zijn referentiekader. De interieurarchitect is vooral bezig met het maken van een mooi interieur, de boekenkast. En de bibliotheek organisatie zelf is vooral bezig met de inhoudelijke kant van de zaak. En op de weg naar elkaar liggen obstakels. Denk aan ego’s [architecten kunnen er wat van], budgetten, demarcatielijnen, beleidsplannen en politiek. Met aan het eind van de rit een monumentaal gebouw, maar of het ook werkt voor de bibliotheek?

Het is zaak dat alle betrokkenen de taal van de ander leren verstaan, en in staat zijn vanuit elkaar’s perspectief naar de opgave te kijken. Dan kan een gebouw ontstaan dat veel meer vanuit de visie van de bibliotheek wordt ontworpen, met een interieur dat daar bij past. Maar al te vaak gaat het precies andersom. Omdat grote opdrachtgevers, ontwikkelaars en gemeenten nog steeds denken vanuit het oude model. Nieuwe bibliotheek? Bel een architect. En die boeken, ach, ja. Hier ligt een belangrijke kans voor de bibliotheek zelf, want zij is de enige die verandering van binnenuit kan voeden. Definieer de bibliotheek opnieuw.

2 Stop met wat, start met waarom

De Amerikaanse marketing filosoof Simon Sinek legt het op startwithwhy.com in 18 minuten verbluffend eenvoudig uit: succesvolle bedrijven en mensen gaan niet over wat die bedrijven en mensen doen. Het gaat om het waarom van het verhaal. Sinek: “People don’t buy what you do, they buy why you do it”. Bibliotheken die hun verhaal vertellen aan de hand van hun ‘wat’ zijn gedoemd te mislukken. Sta je bij de wethouder met een mooi verhaal over boeken en internet, cursussen of media-educatie, val je door de mand als deze de laatste digitale ontwikkelingen noemt. Wat hij natuurlijk doet. Hou je daarentegen een verhaal vanuit het ‘waarom’ van de bibliotheek zoals bijvoorbeeld “wij geloven in het verrijken van mensen door inspiratie, informatie en persoonlijke aandacht” dan sta je veel sterker. Als de bibliotheek communiceert, denkt en praat vanuit haar geloof, haar ziel of haar ‘waarom’ is ze veel minder kwetsbaar en kan zij altijd blijven bestaan. En wat ze doet wordt dan ineens zowel logisch als irrelevant tegelijk. Want morgen kan er een ander ‘wat’ opstaan. Deze verandering in denken biedt een grote kans voor de bibliotheek.

3 Laat het hoe los

Koolhaas zei het al in de jaren ’90: “No money, no details”. Het verbaast me dat veel discussies bij de bouw of verbouw van een bibliotheek nog steeds over geld gaan. Zes jaar in de crisis is toch langzamerhand wel duidelijk dat we bijna geen geld meer over hebben voor een goede bibliotheekvoorziening. Of beter gezegd: voor een goede traditionele bibliotheekvoorziening. Gemeten naar de VNG staatjes en de BBN boekjes met kengetallen zitten veel bouwprojecten inderdaad in de knel. Met hopeloos energieverlies in vervelende projectvergaderingen als gevolg. Maar als het niet kan zoals het moet, moet het toch zoals het kan? Koolhaas bedoelde niet dat er niet meer gebouwd moet worden. Ik denk dat het tijd wordt dat de bibliotheek de 80 – 20 regel actief gaat toepassen waardoor gebouwen kleiner kunnen worden, dat zij het ARBO convenant kritisch tegen het licht houdt met betrekking tot haar impact op exploitatielasten en dat zij dure retailformules niet als doel maar als middel omarmt. Ik zie de pop-up bibliotheek wel komen, samen met de Nederlandse ELibrary en de Texaanse Library Tech. De kans zit hier toch vooral in het loslaten van de bestaande formats, en het ontwikkelen van van wat misschien in traditionele zin de anti-bibliotheek is.

4 Initieer verandering

Een bibliotheek is een tijdmachine. Ze kijkt van oudsher per definitie terug in de tijd: een boek, een blog, een foto of een cd komt altijd later binnen dan het gemaakt is. Sinds Google deze taak van de bibliotheek vrij serieus heeft overgenomen – en het adagium ‘kennis is macht’ vervangen is door ‘kennis is verbinding met het internet’ – werkt de bibliotheek vanuit haar bewust of onbewust gedefinieerd ‘waarom’ aan nieuwe manieren om haar taak te vervullen. De tijdmachine brengt de klant vaker niet alleen achteruit, maar ook vooruit in de tijd. Daarin schuilen een grote kansen. Die uiteraard invloed hebben op de fysieke omgeving van de bibliotheek. Dit vraagt niet alleen om ruimte voor debat, live streaming, co-creatie, ontmoeting, cursussen en andere activiteiten, maar vooral ook om een groot omdenken in de organisatie zelf en de bereidheid om over de eigen schaduw heen te stappen. Een belangrijk onderdeel van het integrale succes van de Idea Stores is immers de verandering van de organisatie zelf, waar ander personeel dan voorheen onder nieuwe condities werkt aan totaal andere producten. Dat de grootste hobbel die zij daarbij moest nemen? De eigen club.

5 Omarm samenwerkingen

Als ik me ergens over verbaasd heb de afgelopen tijd zijn het de heftige reacties vanuit het bibliotheekveld op de bibliotheken van Karmac. Tot en met WOB verzoeken en vergelijkingen met hyena’s aan toe [Mark Deckers, blog, 1 april 2014]. Ergens doet me dit denken aan de reflex van de jongens met de trekschuit, toen over de dijk van de Haarlemmertrekvaart tussen Amsterdam en Haarlem de eerste spoorlijn in Nederland werd aangelegd. Dit soort reacties kunnen nu wellicht nog worden geïnitieerd vanuit de relatieve luwte van een baan binnen het bibliotheekwerk zelf, maar de commerciële bibliotheken zijn een teken aan de wand van de transitie van het bestel als geheel. Een onomkeerbaar proces. En dat kan je naar mijn mening altijd maar beter ‘joinen’ dan ‘beaten’. Ik zie enorme kansen, efficiency voordelen en synergie potentie als de kennis, kunde, ervaring, maatschappelijke betrokkenheid en culturele componenten van het huidige bibliotheekbestel samenwerkingen initiëren met commerciële partijen. Net zomin als Deckers ben ik econoom – ik ben ondernemer. Maar het lijkt mij sterk dat het huidige stelsel van VOB, KB, SIOB, Bibliotheek.nl, [ja, ik ken de toekomstplannen], de vele PSO’s en gefuseerde bibliotheken thans op de meest kostenefficiënte wijze opereert. Daar moet toch meer uit te halen zijn zou je zeggen – lees: dat moet toch simpeler kunnen – met de klant als winnende derde. Of is het wachten op een soort Super Karmac dat de Staat der Nederlanden een aantrekkelijk aanbod doet?

6 Deel kennis, deel rechten

Van groot en landelijk naar klein en lokaal. Stel de bibliotheek bij u om de hoek wil fysiek wat anders. En heeft een prima beeld voor ogen dat past bij haar klanten. Zij permitteert zich geen architect – en daar lijkt me niets mis mee – want ze heeft een laag budget en wil graag een beetje van dit, de white box, en een beetje van dat erbij, de black box. Tot haar verbazing stuit zij daarbij op veel weerstand. Raar? Het Formulebureau vind van niet. Ik vind van wel. Kijk, ik begrijp dat als de Hema een winkelformule maakt, zij deze wil bewaken. Daar heeft zij immers voor betaald en zij is gebaat bij een eenduidige uitstraling. Maar de bibliotheken zijn geen Hema. De bibliotheken hebben ruim 1,5 miljoen euro belastinggeld gekregen om een formule te ontwikkelen. Dat is geld van ons allemaal. Dat bepaalde bibliotheken of PSO’s daarin zijn voorgegaan maakt hen nog niet automatisch tot de uitbaters. Bovendien zijn bibliotheken – anders dan Hema’s – onderling zo verschillend [grootte, budget, financiering, politiek, beleid, producten, tijdstip van restyling] dat het wellicht wat utopisch is te veronderstellen dat ze ooit gelijk kunnen worden. Laat staan dat ze dat zouden willen [als ik een paar goed beluister]. Ik vind dat de kennis, opgedaan door de Werkgroep Bibliotheek Nederland, en de merken en modellen, gemaakt in haar opdracht door Jos de Vries en SVT, publiek bezit moeten worden. Zo raar is dat overigens niet, want dat vond de Minister van OCW ook toen deze de subsidie op 26 november 2009 verstrekte en de reeds daarvoor in gang gezette ontwikkelingen daarmee formaliseerde. Het is mij een groot raadsel dat de lokale bibliotheek daarover nog steeds niet kan beschikken en dat private partijen rechten claimen die gewoon van de Staat der Nederlanden hadden moeten zijn. Er liggen enorme kansen voor de lokale bibliotheek als deze om niet kan beschikking over de kennis, merken, modellen en de rechten van de retailformules uit de cloud.

7 Overwin het sociale vacuüm

Open Facebook op je smartphone en je wordt een levende paradox: het activeren van het online sociale netwerk creëert direct een fysiek sociaal vacuüm. Het is duidelijk: de opkomst van de smartphone heeft ons sociale leven drastisch veranderd. Met een enorme impact op de belevingswaarde van de openbare ruimte als gevolg. Samen zijn is niet meer automatisch samen komen. Als we daar niets aan veranderen zijn onze openbare ruimten, en dus ook openbare bibliotheken, op de lange termijn ten dode opgeschreven. Lokale initiatieven als het telefoonloze restaurant of extra korting als je niet belt, appt of ‘bookt zijn leuk, maar kunnen ons niet redden. De smartphone verbannen gaat ook niet werken, want Google Glass is al onderweg. We moeten dus kortom nieuwe manieren verzinnen om de ‘fun’ van sociaal online te vertalen naar sociaal fysiek. En waarom zou de bibliotheek daarin niet voorgaan. Zij kan de grens tussen digitaal en fysiek overbruggen door nieuwe applicaties te ontwikkelen die naadloos compatibel zijn met online. Moeilijk? Ik zie enorme kansen voor deze digitectuur. Gebouwen die laten zien dat je vrienden er zijn, Tinder op basis van boekvoorkeur, mediawalls die live worden gevuld door bezoekers, NFC of iBeacon navigatie in chaotische magazijnen met onverwachte ontmoetingen als gevolg. Eén oplossing zal er niet zijn, het is de cocktail van interactiviteit die de bibliotheek haar plek in de fysieke wereld zal doen behouden. Duur? Crowdfunding to the rescue.

Afsluitend

De nieuwe fysieke bibliotheek ontstaat niet langer op de tekentafel van de architect. Maar in het hoofd van de bibliothecaris, die de bibliotheek opnieuw definieert. Die redeneert vanuit een helder ‘waarom’ en waarbij het ‘wat’ van de bibliotheek bijna irrelevant geworden is. Daarom zal die bibliotheek fundamenteel anders zijn dan wat we nu kennen. Zal zij ruimte bieden aan continue verandering, verbonden met ons social netwerk. Zij zal tot stand komen op basis van nieuwe samenwerkingen en gebruik maken van vrije rechten. Het afscheid nemen van oude waarden is daarbij niet erg, maar slechts een voorwaarde om ruimte te maken voor deze nieuwe identiteit.

Misschien ben ik te snel geweest met mijn oordeel over de OBA, en zal zij de bakermat blijken te zijn van de hierboven geschetste ontwikkelingen. Laten we het hopen. Bibliotheek, mis die kans niet!

aat vos
architect