1825 dagen “Duizend en een mogelijkheden” – Jorrit Bijl

De resultaten van jarenlange bezuinigingen werden 2013 steeds zichtbaarder. Kabinet na kabinet schoof de bezuinigingen door naar de gemeente. OCW en provincies zagen zich eind 2013 genoodzaakt de bibliotheekwereld te herstructureren. Onder het mom van de bibliotheek heeft het afgelopen decennium het contact met de samenleving verloren, werden de overkoepelende en ondersteunende instituties vrijwel allemaal opgeheven of dermate afgeslankt waardoor alleen de (digitale) infrastructuur in beperkte mate bleef bestaan. Gemeenten –die allen door schaalvergroting minimaal uit 100.000 inwoners bestonden- waren nog steeds verantwoordelijk voor de steeds kleiner wordende subsidiepot. Uitkomst, vooral de grote steden/plaatsen en bibliotheken konden rekenen op subsidies.

Opvallend was de reactie van de Openbare Bibliotheken, geen demonstratie, geen geklaag, en in tegenstelling wat men op voorhand had gedacht ontstonden er tal van initiatieven. ‘De Openbare Bibliotheek’ bestond niet meer. Het bibliotheek landschap werd, met uitzondering van de digitale omgeving, zeer divers. “Bibliotheken” verschenen er in allerlei verschillende soorten, maten en samenstellingen.

In de omgeving van kleine dorpen zoals Blauwhuis in Friesland hadden een aantal initiatiefnemers na het vertrekken van diverse sociaal –maatschappelijke voorzieningen bekeken hoe ze de omgeving weer leefbaar konden maken. Het verzorgingshuis Teatskehûs werd het vertrekpunt. Dokterspost, kinderopvang en ook de boekencollectie van voormalig bibliotheken uit de omgeving werden hier allemaal ondergebracht. Organisaties als ‘Tafeltje dekje’, maar ook een depot van het voormalig PostNL (wat weer een nieuwe naam had) gebruikten het Teatskehûs als distributiecentrum. Zij brachten niet alleen maaltijden, post en pakketten maar ook boeken die mensen bij het Teatskehûs hadden besteld.

Een ander initiatief was het leescafe. De leegstand waar steeds meer centra van steden mee te kampen kregen, was aanleiding voor een horecaondernemer om het zogenaamde leescafe op te starten. Een klein knus café met heerlijke koffie of een lekker glas wijn aan één van de grote leestafels omringt door enorme boekenkasten midden in het centrum van de stad. Een voormalig bibliotheekmedewerker bracht niet alleen koffie, maar hielp gasten bij hun zoektocht naar een geschikt boek. Het leescafe was ook populair onder de vele leesclubs in de omgeving. Vrijwel iedere avond was er een leesclub aanwezig. De boeken kreeg het leescafe van bezoekers, voormalig bibliotheken en/of boekhandels.

In 2007 was Gemeente Utrecht nog ten einde raad. Er was namelijk weinig perspectief voor deze Vogelaarwijk. Een groot percentage inwoners was werkeloos en laaggeletterd. Uiteindelijk leidde een nieuwe koers in het woonbeleid van de gemeente Utrecht tot een andere wijksamenstelling. Zo woonden er eind 2013 behalve de oorspronkelijke bewoners ook veel studenten en jonge gezinnen. Buurtcentra en theehuizen waren niet alleen meer een ontmoetingsplaats voor de oudere wijkbewoners. Kinderen werden hier opgevangen en vermaakt. Er vonden een groot aantal cursussen plaats over bijvoorbeeld digitale belasting aangifte, fietsonderhoud en Marokkaans koken. Deze cursussen werden gegeven door en voor de inwoners van de wijk.

Het personeel van de voormalig openbare bibliotheek was ook uitgewaaid. Ingezet op basis van hun kwaliteiten. Zo was de leesconsulent tegenwoordig niet meer in dienst van de bibliotheek, maar direct in dienst van de gemeenschap. Hij/zij werd onder meer ingezet in het basisonderwijs, asielzoekerscentra en buurtcentra. Uit een grote poule van leesconsulenten konden gemeenten, organisaties en/of andere instellingen putten uit een enorme groep gedreven en vaardige leesconsulenten. Mediawijsheid was structureel opgenomen in zowel het programma van het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs.

Na jarenlang te hebben gesteggeld over een digitale openbare bibliotheek sloten een aantal uitgevers en de voormalig openbare bibliotheek de handen in een. E-books werden op dat moment veelal illegaal gedownload. Daardoor zagen uiteindelijk ook de uitgevers de potentie in de enorme hoeveelheid leden van de voormalig Openbare bibliotheek. Samen werd er uiteindelijk in 2016 een spotifyachtige online dienst gelanceerd.

Met dit toekomstbeeld wil ik niet zozeer aantonen dat het bibliotheekwerk overbodig is. Juist niet, maar voor mij staat niet het instituut de Openbare Bibliotheek centraal, maar de behoefte, de expertise en de regionale mogelijkheden en ontwikkelingen.

Jorrit Bijl
@jorritbijl