De toekomst van de Bibliotheek – Paul C. van Royen

Vannacht heb ik liggen woelen. Opgestaan, kamerjas aan, voeten op de koude vloer. Buiten schijnt de volle maan. De tuin licht op, spookachtig haast. Zilverlicht en zachte schaduw. De bibliotheek van de toekomst houdt me uit mijn slaap. Ik probeer me voor te stellen wat dat is en hoe dat werkt, de toekomst voorspellen. Ik probeer te voorspellen wat ik over vijf minuten zal denken. Tegen de tijd dat ik zo ver ben, dat ik bedacht heb wat ik zal bedenken en dat ik dat heb vastgelegd ter controle, zijn de vijf minuten al verstreken en heb ik inderdaad even in de toekomst gekeken. Zou dat ook werken met de toekomst van de Bibliotheek over pakweg vijf jaar?

Toen ik klein was, bestond de uiterste grens van de toekomst uit het jaar 2000. Ik had een pyjama met raketten, ruimtestations, sterren en kometen. Dat zou er allemaal zijn in het jaar 2000. Het was feest in de ruimte. We zouden al bijna interstellair kunnen reizen … Nu weten we beter. Het heelal dijt uit. De toekomst glipt zo door onze vingers en vlucht met een onvoorstelbaar hoge snelheid van ons weg. Wat ik bedoel, is dat slechts weinig voorspellingen uitkomen. Ze worden vergeten, verdwijnen naar de grenzen van het niets, gelukkig maar. Slechts een enkeling voorspelt een toekomst die uitkomt. Meestal heet zo’n iemand Cassandra – of Jules, als ie geluk heeft. Internet zou de files doen verdwijnen. Met de computer zou het paperless office zijn intrede doen. Het boek werd twintig jaar geleden al dead as a dodo verklaard.

Mijn idee van de Bibliotheek over vijf jaar lijkt veel op de huidige werkelijkheid. De bibliotheek van de toekomst dus. Die heeft te maken met de mens van de toekomst. En de mens van de toekomst leeft al en wordt nu gevormd. Dyslexie, dyscalculie, ADHD, hoogbegaafd, hooggevoelig, hoog … er zijn vele nieuwe afwijkingen, ze hebben allemaal een naam, maar we weten niet of nauwelijks waar ze vandaan komen, hoe ze ontstaan. Sterker nog, we weten niet eens zeker of ze bestaan. Kenmerk van al deze gebreken is dat ze te maken hebben met kinderen en kennis opnemen, lezen en leren, luisteren en begrijpen. Opmerkelijk is dat het onderwijs in toenemende mate het echte leren vooruit schuift tot het moment dat er niet meer geleerd kan worden. Onderwijs moet namelijk leuk zijn … fun, fun, fun … de Beach Boys zongen het al.

Maar leren is niet per definitie leuk. Leren doe je met vallen en opstaan. Vallen doet zeer. Dus, onderwijs is niet leuk. Opvoeden is niet leuk. Er moeten dingen gedaan worden waarvan degene die het moet doen, niet onmiddellijk ervaart dat het nuttig, zelfs noodzakelijk is. Dat heet uitgestelde behoeftebevrediging, een begrip dat inmiddels onder dikke stoflagen lijkt bedekt. Yolo, yolo, zoemt het door mijn hoofd. Dat is een waarheid als een koe die velen aangrijpen om dan maar niets te doen. We hoeven wat mij betreft echt niet terug naar memento mori, maar uitsluitend carpe diem en de zelfvervulling zonder blijk van enige ballast en verstand zijn het andere uiterste. Tijd voor afscheid van het hedonisme.

Wat ik zeggen wil, is dat de beste tijden voor de bibliotheek nog voor ons liggen. De kennis is bij bakken en gigabytes voorhanden, maar is niet gestructureerd. Structuur denken is, voor zover ik het kan overzien, verdwenen uit het onderwijs. Samenhangen, verbanden, oorzaak en gevolg, hoofdzaak en bijzaak, logisch en kritisch denken zijn geen vanzelfsprekendheden meer. Een taalkundig deugdelijk k(r)oningslied schrijven blijkt een onmogelijke opgave. Maar wie als enige referentiepunt het journaille heeft, is begrijpelijkerwijs allang de weg kwijt in de taal. De waan van de dag prevaleert. Facebook is in, facebook is uit. Twitter is in, twitter is uit. Het is net als water, als muziek, die komt en gaat … panta rhei. De bibliotheek die zich afficheert als bron van kennis en informatie, als tempel van fantasie en verbeelding, zal nu die pretentie waar kunnen (moeten) maken. Een boek uitlenen is geen kunst. Dat kan iedereen. Innemen, trouwens ook. Daar hebben we automaten voor. Maar kennis, verhalen en informatie uitlenen. Dat is een ander verhaal. Dat vergt van de bibliotheekmedewerker een enorme inspanning. Het instituut Bibliotheek gaat om inhoud (dus niet om planken en huizen vol boeken, en nog veel minder om etalages), om weten. Kennis is macht. Daar zal niets in veranderen. De bibliotheek van de toekomst wordt bevolkt door de bibliothecaris van de toekomst die de klant van de toekomst gidst door de wondere wereld van kennis en informatie. Kennis is macht. Die klant van de toekomst heeft allerlei gebreken: gebrek aan discipline, nieuwsgierigheid, achtergrond, inhoud, doorzettingsvermogen, lange-termijn-planning, kennis, geduld, ervaring. Die klant van de toekomst is overigens van mening dat die excellent is, transparant, hoogbegaafd, hooggevoelig, hoog getalenteerd en dat de wereld op hem of haar zit te wachten, te springen. Bescheidenheid en zelfinzicht zijn waarden uit het paleolithicum. Die klant van de toekomst leeft in de wereld van de toekomst die er in elk geval niet gemakkelijker op is geworden. Nog meer mensen, nog meer verbanden, nog meer informatie, nog meer kennis. De informatie groeit exponentieel, de opnamecapaciteit van het gemiddelde individu groeit niet mee. De bibliotheek, als collectief geheugen en vraagbaak, heeft een geweldige toekomst voor zich, maar niet op zichzelf. Kennis is macht. Zelfkennis is meer.

De aansluiting met het onderwijs moet heel snel worden gevonden. Zoals elke universiteit een universiteitsbibliotheek heeft en elk land een nationale (soms zelfs Koninklijke) bibliotheek, zo zou elke gemeente of groep gemeenten de beschikking moeten hebben over een plusbibliotheek of een superbibliotheek, zo men wil. Dat vergt medewerkers van een andere statuur. Niet het lenen is een kerntaak van de bibliotheek, maar het weten, het vinden, het combineren. Medewerkers met niveau, die weten wat er achter de ruggen en in de bestanden van de schappen en op de schijven aan kennis en informatie schuilt, die weten wat er in de hoofden en hersens aan kennis en informatie ontbreekt en die daartussen een brug kunnen slaan. Dat vergt een andere vaardigheid dan boeken afstempelen. Centrale sturing van de informatie stromen, afstemming op en met het onderwijs. Leren is niet leuk. Dat doe je met vallen en opstaan. Dan wordt leren gaandeweg, werkenderweg leuk, wordt lezen leuk, wordt leven leuk. Dat valt er wat te beleven. In de Bibliotheek, dank zij (ja, zo schrijf je dat, los van elkaar) de Bibliotheek.

Dus hoe ziet de Bibliotheek er over pakweg vijf jaar uit? Niet zo veel anders dan nu. Er wordt bezuinigd en daarna geconsolideerd tussen nu en vijf jaar, dus voor nieuwbouw is voorlopig geen ruimte. Daar zit de meerwaarde van de Bibliotheek ook niet in. Vorm volgt inhoud en niet andersom. En om de inhoud gaat het. Dat wordt in toenemende mate ons unique selling point. In de onderlinge samenwerking en afstemming zit de kracht. Het is tijd om nu voor eens en voor altijd voor de inhoud te kiezen en alle flauwekul te laten varen. Kennis is macht. Dat is geen voorspelling, maar een waarheid, waarmee we iets moeten, nu, voor de toekomst … ik schrik badend in het zweet wakker. De toekomst is nu.

Paul C. van Royen

Comments are closed.