Bibliothecaris Franklin – Deel 1 – Manon van Hoeckel & Bart van Dijk

Het is nog vroeg als Franklin, 51 jaar oud, de boekenbus leegt. De vangst van vandaag: twee boeken. Dat is er één minder dan gisteren, stelt hij vast. Zonder tijd te verdoen, laat hij de Segway Carrier, waarop hijzelf en minstens honderd vuistdikke pillen zouden passen, staan.

Hij loopt met de twee boeken naar de rekken rechtsachter in de hoek van het kolossale gebouw. In de hoek aangekomen, zet hij ze op de schappen bij de juiste letter van het alfabet: klaar voor de volgende lener.
Als hij terugloopt naar de voorzijde van de Midden-Brabantse hoofdbibliotheek weerkaatst het geluid van zijn voetstappen op opvallende wijze tegen de muren. Ze echoën alsof hij niet alleen is. Dat herinnert hem eraan: er zouden, een krappe zes jaar geleden inmiddels, wandkleden aan de muren komen. Het was de tijd dat het merendeel van de klassieke beeld- en geluiddragers in het ondergrondse magazijn verdween.
De wandkleden zouden ‘de kaalslag maskeren’, zoals de toenmalige directeur het noemde, en de verzameling films en muziek in te grote verpakkingen doen vergeten. Het is er nooit van gekomen, van wandkleden. Drie jaar geleden, in het voorjaar van 2016, werd er wel een rij spiegels opgehangen.
Bibliothecaris Franklin kan het weinig schelen dat er geen wandkleden hangen. Hij is tevreden. Wat heeft hij te klagen? Hij heeft een appel voor de dorst in de vorm van een museumwaardige collectie boeken, thuis op zolder. En hij heeft een prima baan. Een baan die goed betaalt en waarvoor hij niet eens per se hoeft te komen opdagen.
De entreedeuren openen en sluiten volautomatisch. Diefstal is ongebruikelijk vanwege het genadeloze Track & Trace-systeem. Voor de klanten hoeft hij niet in de bibliotheek te zijn. Bezoekers kunnen zichzelf helpen, en als ze vragen hebben, kunnen ze die stellen aan de zogeheten mond-met-oren.
Dankzij alle gebruiksvriendelijke technologie waren er al dagen geweest waarop hij wel aanwezig was, maar door niemand aangesproken werd. Er waren ook dagen dat hij geen zin had om aangesproken te worden. Dan ging hij doodstil in een etalage zitten lezen met een leestablet op schoot. Het kon allemaal. Hij had die vrijheid en noemde het vooruitgang. Franklin, als jongeling gepassioneerd over zijn vak, bleef onverschillig onder alle omstandigheden en noemde ook dat vooruitgang.